5de lj. leest een zelfgemaakt sprookje voor aan het 1ste lj.


De kinderen van het 5de lj. lieten hun fantasie de vrije loop en schreven alleen of per twee een eigen sprookje.

Eenmaal alles op papier stond dachten we dat het ook wel leuk zou zijn om deze sprookjes echt voor te lezen aan kinderen en zo werden er afspraken gemaakt met de kinderen van het 1ste lj. Ieder van ons ging met een groepje van een viertal leerlingen op een rustig plaatsje zitten en daar lazen we ons verhaal voor. We vonden het superleuk dat de kinderen zo goed luisterden en vonden dit zeker voor herhaling vatbaar.

Hieronder zie je enkele foto’s en kan je zelf ook meegenieten van twee sprookjes.

 

De vijf wensen

Er was een in een land hier ver vandaan een man. En die man die heette Simsalabim.  En Simsalabim had een geest.
En die geest kon vijf wensen vervullen.

Simsalabim zat na te denken: ”Wat zou ik nu wensen?” “Ah ha!” Hij zei: “Geest ik wens een kasteel!” Maar daarop zei de geest: ‘Zou u niet beter met iets kleiner beginnen? ‘ “Nee ik wil een kasteel!” riep Simsalabim. En snel vervulde de geest zijn wens.  Poef! En er was een kasteel. “Hum, niet slecht” dacht Simsalabim. “ er mist nog iets… Ja, ik weet het: een koets.” En hij wenste een koets met zes paarden twee koetsiers en twee superluxe banken. Maar daarop zei de geest: “Zou u niet een iets eenvoudigere koets pakken?”  Maar Simsalabim had zijn antwoord al klaar: “Nee, nee en nog eens nee!” Dan vervulde de geest zijn wens. Poef! En er stond een prachtige koets op het kasteelplein.  Maar Simsalabim was nog altijd niet tevreden. Hij commandeerde: “Ik ben een beetje moe en er moet nog zo veel geregeld worden.” “Ik wens honderd dienaren,” floepte er ineens uit. “Maar…,” probeerde de geest, “ach laat maar, Simsalabim luistert toch niet.” En poef! Daar stonden honderd dienaren klaar om Simsalabim te dienen. Maar hij wou nog meer! Toen bedacht hij: “Ik heb alles wat een echte heer moet hebben, behalve… Mooie kleren! Geest ik wens een kleerkast vol mooie kleren! En de geest toverde snel een kleerkast vol mooie kleren. Maar een dag later zei Simsalabim: “Het is hier wel een beetje saai. Ik kan niet meer lekker bij het haardvuur zitten, want ze hebben hier geen haardvuur. Ik kan niet meer gaan wandelen, want ik moet altijd met de koets gaan.  Ik kan eigenlijk niks meer zelf doen, want al mijn dienaren doen alles. Ik kan geen kleren aandoen die lekker zitten, want alle kleren hier spannenveel te hard.”
Uiteindelijk gebruikte hij zijn laatste wens om alles weer normaal te maken.
En hij leefde nog lang en gelukkig.

Phara

 

Heksje Lili en de heksenkring

Er was eens een heksje, heksje Lili
Heksje Lili was met 4 thuis: mama Tina , papa Tjop, broertje Bibo en Lili zelf. Het hele gezin ging naar een heksenkring, samen met baas Minde en mama haar vriendin Ritta. Mama riep “Kom allemaal! We moeten naar de heksenkring, straks komen we nog te laat .Hub, hub en hub, voortdoen.” Zoals mama altijd deed: roepen, roepen en nog eens roepen. We waren toch altijd op tijd, nu ook. We stonden samen in  de kring. Minde riep:“ Ik heb idee! Laten we de wereld overnemen, niemand heeft daar toch last van.” “Nee!!!” gilde ik, “ik wil dat niet doen, al mijn vrienden en vriendinnen zijn daar, ik wil niet dat ze dood gaan!” Lili ging boos terug naar huis. Ze ging naar haar kamer. Mama zat nog in de heksenkring. Ze fluisterde: “ Ik zal haar
wel overhalen. “Ik zal ook helpe, “ zei papa.” Ik ook.” riep Bibo. Minde was erg boos op Lili. Toen Ritta zei: “Rustig Minde ze gaan haar wel overhalen en anders doen we het gewoon zonder haar.” Ze gingen terug naar huis. Mama ging naar boven om met Lili te praten, maar Lili brulde:”Nee, nee en nog eens nee. Ik wil het niet! Ik wil niet dat mijn vrienden dood gaan! Laat me met rust!!!”

Een weekje later. Mama was weer aan het stressen :”Hub, hub, hub voortdoen! Straks komen we nog te laat.” “Ik wil niet naar de heksenkring!”  riep Lili. Iedereen was al onderweg. Toen vroeg Minde: ”Waar is Lili?!” “Ze komt niet,” antwoordde Tina. Ritta lachte: “Kom dan nemen we alleen de wereld over.” Toen gingen ze met hun vijven naar de mensenwereld. Het begon te bliksemen, te donderen en te onweren. Lili dacht:” Ze zijn toch begonnen met de wereld over te nemen. Ik moet iets doen, maar wat? Ik ga eens in het toverspreukenboek kijken. Aha!!! Ik heb het.  Even de spreuk zeggen en klaar. “Oké, hier gaan we dan: ‘Shipkrop babbeb itelopita kabitja’. Voilà klaar. Yes, het is gelukt. Ik kon het wel.” Ze ging naar buiten en zag hoe de mensen haar toejuichten. Er kwam een knappe jongen naar haar toe. De jongen zei: ”Hallo, ik ben Alex. Ik vind je geweldig. Wil je met me trouwen.” Samen leefden ze nog lang, gelukkig en veilig!!!
EINDE

Van Saar